Leesshot



Licht

De gele gevel deelt het licht van de zon. Hij pakt zijn telefoon, blaast op zijn rode vingers, en typt "Ben nog steeds boos, maar hou wel van je."
Helemaal voorin zit een man in een spijkerjack. Zijn kin een tikje geheven kijkt hij uit het raam. Daar is de torenspits. Hij drukt met één vinger op de zwarte knop. Dan verheft hij zich - eigenlijk kan dat niet van zo’n stoeltje in een eindeloze rij, maar hij is iemand die zich verheft - en verlaat de tram.
Frederik merkte wel dat ze eigenlijk door wilde lopen. Maar dat was haar verantwoordelijkheid, niet de zijne. Hij manoeuvreerde zijn scooter een beetje naar haar fiets. Hij keek haar aan.
"Hoe lang woon je hier al?" Hoe lang interesseerde hem niet, wel hoe het klonk. Hij sloot zijn ogen, niet te lang. Er kwam alleen een antwoord, geen wedervraag. Dus hij was weer.
 "En werk je hier ook?" Zelfde recept. Ze waren inmiddels bij een t-splitsing. Hij kon haar makkelijk bijhouden, vragen genoeg, maar liet haar gaan.
Radeloos keek hij naar de twee helften. Had hij kunnen weten dat allebei de vrouwen gek waren? Nu had hij een kind vermoord. Salomon huilde.

Kracht

Hij is verrast. Sluit hij zijn ogen, zijn stok geeft hem balans. Hij kijkt weer, ziet de schoonheid en kracht. Hij weet hoe het voelt. Twee lijven die samen maken. Het was goed.

Wacht even

Ze bedenkt dat wachten niet erg is. Al dat jachtige. Je druk maken om verstrijkende tijd is zinloos. Als je moet wachten kun je genieten van de rust. Dat doet ze, trots.
Tot de tandarts roept dat ze aan de beurt is.
Op de schommel. Haar gezicht vangt zonnestralen, haar benen voelen de lucht waar ze doorheen zwieren, een sterke hand in haar rug. De droom wordt ruw verstoord.
"Mooie brommer" "Ja he?!" Hij pakte haar handje, gaf haar een aai over haar bol, en keek recht in de ogen van de beteuterde Hells Angel.
Zijn hand stokte, hij probeerde het zich voor te stellen. Maar hij wist niet hoe moeilijk het was een web te maken en maakte z'n beweging af.
Zuil voor zuil werpt zijn schaduw op de tegels. Niets dat het ritme verstoort. Aan het einde is een venster. Met uitzicht.
"Zei ik dat echt?" ze was brak en dit maakte het beroerder. "Ja, zo denk jij dus." "Onzin, als ik nadenk zeg ik dat soort dingen niet. Zó denk ik."
Hij verschoof z'n hand van haar billen naar haar rug. Broer en zus? Hij keek haar aan en zag dat hij hem terug kon leggen. 't Kon er nog wel bij.
Zwetend keek hij zichzelf aan. Sport verbroedert, maar hij bleek een rotbroer. Hij zou 'sorry' gaan zeggen én nooit meer voetballen.
Zodra ze echt dood was, was het koppelplan een goed idee. Maar ze had 'geluk', leefde nog en moest aanzien hoe Ties wel erg genoot van haar mensenkennis.
Matthias was snel opgeklommen van scheepsjongen tot stuurman. Hij dacht nog wel eens aan zijn heer met zijn talenten. Het beste wat hem was overkomen.
"Alsjeblieft Ans" Bedaard gaf hij haar een boterham. Hij hield niet van haar, hij zorgde voor haar. Meer of minder zou verraad zijn aan zijn Ansje.
De wind sloop door het huis en klopte aan elke deur. Dit was de perfecte avond. Aron streek een lucifer aan. Vanavond zou hij indruk maken.
Doef was blauw en zacht. Hij had oren rondom zijn hoofd. Je kon hem er handig aan vasthouden. Zo ging hij altijd mee op avontuur en was je nooit alleen.
Ze hield niet van natuur. De snelheid waarmee ze erop af suisde maakte alles goed. Ze kon zich geen volgende sprong veroorloven en trok niet aan de chute.
"Sorry" Hij deed z'n best het echt te laten klinken. Maya zou woest zijn. Maar ze was Maya niet en vond het lief dat hij voor haar loog.